Van de Noordkaap naar Klein-Kuttingen.
Etappe 1.
Ik heb mijn fiets onder het bouwstof vandaan gehaald. Het is even mooi geweest met slopen, sjouwen en verbouwen. Het is tijd om de trappers weer te laten draaien.
Mijn doel voor de komende dagen is om van het meest noordelijke punt op het vasteland van Nederland naar het meest zuidelijke punt te fietsen.
Van de Noordkaap in Groningen naar grenspaal 12 bij Klein-Kuttingen in Limburg.
Ik hoop er stiekem een klein beetje op dat het een soort Man bijt hond gaat worden, waarbij ik bijzondere ontmoetingen zal hebben.
De reis begint vanmorgen in een bomvolle Arriva trein. Ik moet er bijna een schoenlepel bij hebben om mijzelf en mijn fiets de trein binnen te lepelen.
Hutje mutje vol is het. Wel een beetje raar in deze tijd. En ik heb toch echt vooraf een plek voor mijn fiets gereserveerd.
Na overgestapt te zijn in Zwolle en Gronigen bereik ik Uithuizen.
Op het traject vanaf Zwolle stapt Co de trein binnen. Hij is uitgerust met rugzak en lange stok en als ik hem vraag vertelt ie in 2019 in drie en halve maand van Nijmegen naar Santiago de Compostela gelopen te zijn. De eerste ontmoeting is een feit. Leuke man met goede verhalen.
Bij Uithuizen zo’n tien kilometer noordelijker fietsen en daar is de Noordkaap. Op de plek staat een mooi kunstwerk van cortenstaal.
Het Groniger landschap is heel vertrouwd voor mij. Ik ben immers een Stadjer en ken het hier goed. Het voelt goed om hier te fietsen.
Voor Groningen sla ik linksaf richting Engelbert om via Haren, Zuidlaren en Loon na 102 kilometer Rolde te bereiken.
Mijn moeder woont daar en uiteraard ga ik bij haar langs. Zonder twijfel nu al de mooiste ‘ontmoeting’ van deze tocht. Uiteraard portretteer ik haar staand bij mijn fiets. Drieentachtig jaar en still going strong….
Ik vertel haar nu nog maar even niet dat ik vannacht ‘in het wild’ voor bij haar op het grasveld in mijn tentje ga slapen. Ze doet anders geen oog dicht.
Morgen etappe 2 naar Hardenberg.
Moi!
Etappe 2 – 135 km
Op de tast m’n tentje opgezet op een plekje waarvan ik denk dat er op dit tijdstip niemand meer langs zal komen. Nadat ik circa een kwartier lig zijn er opeens felle schijnwerpers en blaffende honden. Ze maken zoveel lawaai dat het lijkt alsof ze mijn tent in duizend stukjes willen scheuren. De mannen die hun honden elke avond daar uitlaten moeten lachen om het feit dat ik daar ga overnachten en lopen na een praatje door.
Om 07.00 uur zit ik op de fiets en vervolg mijn tocht richting Papenvoort waar ik de route van het Pieterpad oppik. Je kunt deze namelijk ook fietsen en heet dan het Fietserpad. Ik zal deze route blijven volgen tot op de St.Pietersberg in Limburg.
Het pad is vandaag nog niet door anderen gebruikt getuige het spinrag dat ik met regelmaat in mijn gezicht voel. Er is kilometerslang niemand te bekennen en het bos bij Schoonloo is helemaal voor mij alleen.
Na twee uur fietsen eerst maar eens fatsoenlijk ontbijten en ik maak dankbaar gebruik van de Senseo bij het rustpunt van camping ‘Goed vertoef’ in Wezuperbrug. De campinggasten zijn nog maar net ontwaakt en lopen in hun badjassen naar de douches in de schuur.
Daar waar het eerste stuk van de route prachtig was, begint daarentegen richting Coevorden depri-country. Er is nog geprobeerd er iets van te maken door er Plopsaland neer te pletten, maar dat heeft het naar mijn mening enkel verergerd. Plopperderplop, wat een saai stuk is dit zeg.
Gelukkig heb ik nog wel even een ‘Man bijt hond’ momentje, want ik fiets door het gehucht ‘Schimmelarij’. Nog nooit van gehoord en die zet ik op mijn lijst met bijzondere Nederlandse plaatsnamen.
Bij Hardenberg komt alles goed. Het is hier het gebied van de Vecht en wederom schitterend. Wel is het filerijden op de fiets. Het is echt ontzettend druk met fietsers.
Vooraf had ik bedacht dat ik bij Hardenberg op een camping zou gaan staan, maar omdat het nog vroeg in de middag is en mijn woonplaats Nijverdal op de route ligt die ik wil fietsen, besluit ik om door te rijden. Vannacht dus geen tentje, maar mijn eigen bed. Niet spannend, maar wel heel welkom na 135 kilometer fietsen.
Morgen etappe 3.
Moi.
Etappe 3.
Goed uitgerust stap ik op de fiets en vervolg mijn tocht. De Sallandse Heuvelrug is nu op zijn mooist met de paarse heide.
Het is vandaag een prachtige tocht door de Achterhoek. Om het verhaal niet te lang te maken, beperk mij nu tot het Man bijt hond momentje van vandaag:
Na 85 kilometer gefietst te hebben kom ik aan bij de camping net voorbij Zelhem. Aan het einde van zo’n energieke dag ben ik altijd blij om van de rust te kunnen genieten. Maar daar denkt de campingeigenaresse toch nog even anders over.
Ik moet mijn fiets op de aangewezen plek zetten en zullen we direct maar even afrekenen? Natuurlijk, geen probleem dan hebben we dat maar gehad.
Daarna moet ik haar volgen richting het toiletgebouw en mijn fiets op de aangewezen plek zetten.
Hier krijg ik les van haar waar alle vuilcontainers voor dienen en ze laat zien – door zelf haar handen demonstratief te wassen – hoe ik mijn handen moet wassen voordat ik het gebouw binnen ga. Moet je nu plassen? vraagt ze. Euh… nee… Oh, dan hoef je je handen nu niet te wassen en mag je mij volgen. Ze gaat voor borden staan die aan de wand geschroefd zijn. Er staan uitgebreide schema’s op waarop ik moet reserveren als ik van de douches gebruik wil maken. Ik moet dan de letter T in het vakje schrijven achter de tijd.
Gelukkig denk ik. Ik ben hier een letter en geen cijfer….
O ja, het is een watervaste stift, dus als ik het fout invul, moet ik er maar een streep door zetten want het is niet meer te verwijderen.
Op naar de volgende les. Iets verderop staat een constructie met daar aan hangend verschillende kleuren kettingen.
Even denk ik nog dat ze het nu gaat hebben over de workshop kralen rijgen, maar nee… het zijn de plaskettingen!
Ze gaat in hoog tempo door met de les en het begint mij inmiddels te duizelen. De blauwe is voor de heren, de gele voor de vrouwen, de groene is voor…. en de rode is voor… Maar omdat hier alles gender neutraal is, mag ik ook als ik hele hoge nood heb een rode ketting pakken in plaats van een groene. Daar zal ze niet moeilijk over doen.
Ze kijkt me aan en vraagt: begrepen? Euh…ja…
Ik mag haar volgen het gebouw in. Terloops moet ik de cijfercode van de deur onthouden.
Ondanks dat binnen op alle deuren staat vermeld wat de inhoud van de ruimte achter de deur is, wijst ze deur voor deur aan wat het toilet is en wat de douche.
De haakjes op de buitenkant van de deuren zijn voor? De plasketting!
Je zou hem maar mee naar binnen nemen, pfff.
Ik mag mee naar buiten en ik mag mijn fiets pakken. Gelukkig… mag ik nu eindelijk naar mijn plek? Ja dat mag! Het gras is er superstrak gemaaid en ik maak haar daarvoor een compliment. Oh! nou daar denkt ze anders over. Ze rent terug en komt op hoge snelheid met een zitmaaier aan scheuren. Dat ding overschrijdt de 100 decibel met gemak. Logisch dat ze zelf gehoorbescherming op heeft. Na ongeveer zes rondjes en de laatste 2 millimeter verwijderd te hebben scheurt ze weg. Eindelijk rust…
Morgen de volgende etappe.
Moi!
p.s. Net gelukkig een mevrouw met een lengte van 150 cm kunnen helpen met het invullen van het doucheschema. De borden hangen zo hoog, dat als ik er niet was geweest, ze pas op 12 oktober 11.45 uur had kunnen douchen.
Etappe 4. 95 kilometer
M’n ontbijt nuttig ik op het bankje in Gaanderen, met aan de overkant van de straat kledingwinkel Mister W en achter mij lingeriewinkel Lady W. Het kledingrek met de opruiming shirts wordt buiten gezet en Mister W hangt toch nog maar één shirt weer binnen in het gewone rek. Toch zonde om het met korting te verkopen.
Het is opnieuw een prachtige route en op het pontje bij Millingen aan de Rijn heb ik een ultrakort MBH (man bijt hond) gesprekje. De man tegenover mij spreekt mij aan en het onderwerp is fietsen. Hij fietst veel in Albanië. Ondertussen zie ik een wel heel bijzondere oplossing bij zijn trappers. Hij heeft de banden van zijn teenslippers verwijderd en aan de onderzijde van de zool SPD blokjes gemonteerd waarmee ze vastzitten aan de trappers. Heel bijzonder.
Een heel stuk verderop geniet ik van een ijsje bij M’ijsjes op het terras.
De Duivelsberg blijkt op de loer te liggen en als ik deze probeer te bedwingen wijst mijn gradenmeter op mijn fiets vijftien procent aan in het laatste stuk. Poeh… die had ik even niet zien aankomen.
De Zeven Heuvelen weg volgt. Het landschap is op slag totaal anders en schitterend mooi. Het doet denken aan Zuid Limburg.
Nog even een ‘smerig paadje’ zoals een oudere man het zandpad noemt met een paar kilometer rul zand en na nog dertig kilometer bereik ik de camping.
Ik mag de centrifuge gebruiken voor mijn uitgespoelde kleding. Een onheilspellend geluid klinkt en het ding heeft zijn tanden in de zeem van mijn wielerbroek gezet. Geperforeerd. Zal morgen lekker luchtig voelen.
Morgen etappe 5.
Moi
Etappe 5. 98 kilometer
M’n van de dauw kleddernatte tent prop ik in het foudraal en met m’n geperforeerde wielerbroek aan stap ik op voor etappe 5.
Het wordt de dag van de foutieve en raad waar die staat knooppunten.
Het nieuwe boek ‘Fietsen langs het Pieterpad’ geeft totaal verkeerde nummers aan blijkt al gauw. Ik moet regelmatig de routeborden raadplegen om de juiste route te kunnen vinden. En bij wegwerkzaamheden moet ik even het tijdelijk geplaatste verkeersbord aan de kant draaien om het nummer te kunnen zien.
Wel een uniek knooppuntensysteem waar iedereen gebruik van kan maken om mooie routes te rijden.
Het landschap is vandaag afwisselend mooi en niet mooi. Maar goed het is prachtig om te zien hoe de landschappen iedere keer weer heel anders zijn als je zo van noord naar zuid fietst.
Het MBH momentje is vandaag de ezelmelkerij in de buurt van Belfeld. Ze hebben er negentig (90!!) ezels. En een Ezel café waar ik een kop koffie drink.
De wolken staan qua kleur inmiddels op code nat. Ik ontspring de dans niet en binnen de kortste keren ben ik drijfnat. Mijn nieuwe regenjekkie komt goed van pas.
Om twee uur wordt de camping al bereikt en besluit om door te fietsen naar een volgende.
Het is vandaag ook de dag van de geuren. Lekkere, vreemde en vieze.
Lekkere van het koolzaad, vreemde van de hennep op het land en vieze van de kippen en varkensstallen. Tjonge, wat stinkt dat.
Oh ja, de MBH plaatsnaam voor vandaag is : Boekoel…. nooit van gehoord.
Morgen staat een bezoek aan Thorn op het programma.
Nu eerst even genieten van het uitzicht over het water van de Maas.
Moi.
Etappe 6. 92 kilometer
De visser die gisteravond voor mij zat zwaait en wenst mij succes voor vandaag. Dat is een goed begin van de dag!
Thorn stond altijd al op mijn lijstje en omdat ik toch in de buurt ben, fiets ik een stukje om. Het is een leuk plaatsje, maar ook weer niet spectaculair. Ik vervolg mijn weg.
De Maas is nu mijn leidraad naar het zuiden en omdat ik het gedoe met de knooppunten een beetje zat ben, besluit ik de rivier simpelweg te volgen. Hoe makkelijk kan het zijn.
Er staat vandaag een strakke wind uit het Zuidwesten, dus tegen.
Al snel dient zich de MBH plaatsnaam voor vandaag aan: IIlikhoven.
Apatja (Gronings voor apart ja). Groningers zeggen aan het eind van elke zin die ze uitspreken het woordje ‘ja’. Ook wel apatja.
Als ik om twee uur Maastricht bereik, fiets ik recht op het ‘Plantenasiel’ aan. Een leegstaand pand dat hiermee duidelijk een tijdelijke invulling heeft gekregen.
Er komen net jongelui naar buiten. Hij met z’n haar in een knotje en zij met zo’n hele wijde hippie broek aan. Zij kijkt wat sip en het lijkt er op dat hij haar troost. Ik denk dat ze zojuist hun meest dierbare plant naar het asiel hebben gebracht. Hand in hand vervolgen ze hun weg.
Maastricht is gezellig druk. De terrassen zitten vol, ik kijk wat rond, eet er bami met gesneden kip en zet D’Artangan terloops nog even op de foto. Hij was een eerste musketier in het leger van Lodewijk XIV en is met het beleg van Maastricht een koppie kleiner gemaakt.
De Sint Pietersberg fiets ik en passant nog even op want dat is het eindpunt van het Pieterpad. Of het beginpunt zoals je wil. Wel een leuk moment om dit te doen.
Ik twijfel om direct naar Klein-Kuttingen te fietsen, maar besluit omwille van de tijd door te fietsen naar de camping in Epen. Het meest zuidelijke punt morgen uitgerust bereiken lijkt mij meer bijzonder.
De laatste kilometers zijn stijgen en dalen en kost best nog wel even wat energie. De hellingen hebben soms een stijgingspercentage van twaalf procent en voor mij is dat pittig op mijn fiets met bepakking.
Ik ken de camping Oosterberg in Epen goed. Ben er al vaker geweest en heeft goede voorzieningen zoals de mooie Limburgse schuur die gezellig ingericht is en waar ik nu bij de open haard zit.
Het was een prima dag vandaag met een mooie route en een geslaagde avond. Zo wil ik ze elke dag wel.
Morgen naar Klein – Kuttingen.
Moi.
Etappe(tje) 7 52 kiometer
Het moet nog maar een paar kilometer zijn naar mijn doel, grenspaal 12 in Klein-Kuttingen. Ik heb al diverse keren op google de exacte locatie proberen te vinden, maar mij lukt dat niet en ik besluit dan maar in de richting te gaan fietsen en daar verder te zien.
Het moet in de buurt van Sippenaeken zijn en het gaat heuvel op heuvel af. Wat is het hier toch prachtig! In het dorp vraag ik het een vroege zondagochtend vogel, maar hij staat mij met grote glazige ogen aan te kijken als ik vraag waar Klein – Kuttingen ligt. De oudere dame op de elektrische fiets die ik het vervolgens enigzins schuchter en met een blik in mijn ogen van verontschuldiging voor de rare plaatsnaam vraag ( ik wil ook geen Me too affaire aan mijn fiets hebben hangen…) denkt dat ik terug moet naar waar ik vandaan kom. In de buurt waar vanmorgen de autocross gehouden wordt, zegt ze.
De mannen bij de entree van de autocross hebben (het is negen uur) rood aangelopen hoofden van het bier dat ze deze ochtend al hebben genuttigd. Een van hen zegt het te weten en legt in geuren en kleuren de route naar de grenspaal uit. Ja,ja….
Als ik uiteindelijk twee wandelaars tegenkom die de grenspaal tegengekomen zijn, volg ik hun instructies op en inderdaad kan ik een vinkje zetten achter ‘completed’.
Een mooi moment op een bijzondere plek met nog een klein bijzonder verhaal. Lang geleden is het toen vervallen kasteel Beusdael waar ik op uit kijk, gekocht door een boer die alleen belang had bij de vele eikebomen die in het landschap er om heen stonden. De gemeente heeft met veel moeite de eik waar grenspaal 12 staat weten te kopen van de boer en te behouden voor de toekomst.
De terugtocht aanvaard, fiets ik naar Valkenburg en zie dat een groot gedeelte van het dorp zich herstelt heeft van de wateroverlast. Enkele restaurants worden nog gerenoveerd.
Het is bizar om de streep op de muur te zien, hoe hoog het water heeft gestaan.
In Heerlen vind ik dat ik genoeg gefietst heb en zoek mijn vrienden van de NS op. Het is elke keer weer een belevenis om met hun te mogen reizen.
In de trein op station Heerlen wordt omgeroepen: ‘Geachte reizigers, onze hoofdconducteur is zoek en daarom is het nog niet mogelijk om te vertrekken’.
Als ze hem gevonden hebben vertrekt de trein met een vertraging van een half uur.
Om die reden moet ik in Eindhoven overstappen en als ik bij de volgende trein aan kom, schreeuwt een conductrice dat ik niet mee mag. Ze loopt met een bezweet en rood hoofd over het perron te rennen omdat de trein overvol is.
Om die reden mis ik de aansluiting in Utrecht, moet in Amersfoort nog een keer overstappen, waar een conducteur een opmerking maakt dat mijn fiets niet mee zou mogen, terwijl ik hem het kaartje dat ik er voor heb laat zien. Ik mis de trein en pak de volgende richting Almelo en trein uiteindelijk met het boemeltje van Almelo over Wierden naar mijn mooie Nijverdal. Heb ik toch mooi zo’n vier uur met mijn vrienden gereisd.
Ik heb genoten van hoe mooi Nederland is. De eerste dagen flink last gehad van zadelpijn na lang niet echte afstanden gefietst te hebben. De laatste dagen weer helemaal ingefietst geraakt en ik kan op naar een volgend avontuur.
Moi.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *