C’est dure, c’est longue…

Reizen doet soms pijn. Hoe groter de pijn, hoe groter het verlangen. Hoe sterker het verlangen, hoe sterker de kracht en motivatie het verlangde te vinden.

Niet alleen fysieke, ook emotionele pijn heb ik diverse keren onderweg ervaren. Onder meer tijdens mijn fietsreizen naar Barcelona en Rome.
De combinatie van alle voorbijkomende emoties en de ontmoetingen met mens en natuur maakt reizen voor mij zo aantrekkelijk.

Zo heb ik de Mont Ventoux een aantal keren ‘ontmoet’ en in mijn verbeelding is de berg verworden tot een statige dame die tegelijkertijd prachtig, elegant en wreed kan zijn. Ze heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij.

Na het lezen van het boek ‘Ventoux’ van Bert Wagendorp besluit ik 2 jaar geleden om fietsend naar de top te gaan. Ik ben mijzelf bij andere beklimmingen diverse keren flink tegengekomen en weet inmiddels dat ik geen goede klimmer ben. Dat de beklimming van de Mont Ventoux tot de drie zwaarste van Frankrijk hoort, maakt toch iets in mij los. Ik leg mij nu eenmaal niet graag neer bij een gedachte dat iets niet zal lukken en plan een reis naar Bedoin. Dan ook meteen via de meest legendarische kant naar boven.

Deze reis wordt er één waarop de uitspraak van Confucius, “Mensen struikelen niet over bergen, alleen over molshopen”, van toepassing is.
De juiste mindset ontbreekt en de temperatuur van tegen de veertig graden maakt dat ik afzie van de beklimming. Samen met mijn reispartner rijden we nog wel met de auto naar boven. Het geeft mij het gevoel dat ik de top nog steeds niet echt bereikt heb. Het doet pijn.

Op de terugweg naar Nederland neem ik mij voor op een later moment het schijnbaar onbereikbare bereikbaar te maken. Hoe dan ook.

Goed voorbereid en met de nodige kilometers in de benen van mijn meest recente fietstocht, reis ik afgelopen oktober opnieuw af naar Bedoin.
Ondanks dat ik bedacht heb ergens halverwege te overnachten, rijd ik in één stuk door. Ik kan niet wachten om weer terug te zijn.

Bij aankomst doet een lichte nevel de verlichting op het plein en van de nog geopende restaurants enigszins verwaterd overkomen. Onder de rode luifel van bar ‘Relais du Ventoux’ zitten enkele late gasten met een glas rode wijn. Etalages zijn gevuld met wielersport attributen.

Het is al laat en ik overnacht in mijn auto. Zie ’s morgens de zon opkomen met uitzicht op de Ventoux en besluit als verkenning gemotoriseerd nog een keer omhoog te rijden.

Negentienhonderdentien meter hoog sta ik deze morgen vroeg alleen boven op de Mont Ventoux. Het is stil op de top. Ik voel de kracht van de magische berg via mijn voeten door mijn lichaam stromen. Mijn gedachten dwalen af naar het door Stef Bos geschreven lied ‘De klim’. Ik herken veel in de tekst.

Als ik op een muurtje ga zitten, ligt er tussen de miljoenen andere, een steen die ik achteloos pak om als souvenir mee te nemen. De steen is in de vorm van een hart. Vrouwe Ventoux verwelkomt mij met liefde. Dit kan geen toeval zijn.
Morgen ga ik het gevecht met de berg en mijzelf aan. Dan fietsend naar de top. Er is geen angst, enkel respect en ik daal af naar Bedoin.

Wederom in alle vroegte word ik – ditmaal in mijn tentje op de camping – de volgende morgen wakker. De temperatuur is vannacht niet boven de vier graden gekomen en ik ben blij met mijn donzen slaapzaak. De weersvooruitzichten voor vandaag zijn gunstig. Wel koud, weinig wind en droog. Ventoux staat standvastig en met eeuwig geduld in het landschap.

Op mijn fiets begin ik aan de klim van tweeëntwintig kilometer die voor mij ligt. Nu resten nog enkel Ventoux en ik, de beklimming is een feit.
Tijdens de eerste kilometers palmt ze mij in, maar dan slaat ze genadeloos toe. Aan de klim in het bos lijkt geen einde te komen en er is geen respijt in het stijgingspercentage van zo’n tien procent. Een Franse wielrenner die mij inhaalt zegt; C’est dure, c’est longue! Hij kent haar vast al langer.

Het is nog steeds koud en ik concentreer me tijdens het klimmen op het asfalt dat langzaam onder mijn fiets door glijdt. Ik weet dat de top nog ver is en probeer mijn gedachten te sturen naar mijn beweegredenen voor deze uitdaging. Dit is ver buiten mijn comfortzone, terwijl ik ook het gevoel ken van voldoening en overwinning uit eerdere beklimmingen. Dat geeft mij kracht en de wil tot doorzetten. Er komen herinneringen voorbij aan de eerste keer dat ik hier vele jaren geleden in mijn knaloranje Ford Fiësta omhoog reed. En aan Niels, mijn oudste zoon, die ik tijdens een live uitzending van de Tour de France rennend naast Lance Amstrong heb gezien op de flanken van de Ventoux.

Na moeizame kilometers eindigt het bos plotseling en in de bocht bij Chalet Reynard openbaart zich een maanlandschap. De lucht is helder blauw en de zon verwarmt mijn verkleumde handen en voeten. Het is het spel van geven en nemen.
Met het uitzicht op het karakteristieke weerstation op de top, zet Ventoux mij op het verkeerde been en laat ze opnieuw haar tanden zien. Het lijkt dat de top onder handbereik ligt, maar de kilometers die volgen zijn lang en zwaar.

Mijn benen beginnen aanstalten te vertonen om dienst te weigeren en bij het monument van wielrenner Tom Simpson neem ik opnieuw een moment van rust. Hij is op deze plek overleden tijdens de Tour de France van 1967.


Het is nog dertienhonderd meter en juist in de laatste meters probeert Ventoux mij nog een genadeslag te geven met een stijgingspercentage van elf procent.

Op wilskracht kom ik boven en heb de top nu echt bereikt. Negentienhonderdentien meter hoog sta ik met mijn fiets boven op de Mont Ventoux.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *