Köttelpeern Classic

Zondagmorgen 28 oktober. Als ik bij mijn auto kom om 08.30 uur staat het ijs op de voorruit. Het is wel even wennen na 5 weken fietsen naar Rome en overwegend mooi warm weer. Maar dit heeft toch ook z’n charme. Ik rol mijn mountainbike achter in mijn camperbus om naar Denekamp te rijden voor de Köttelpeern Classic. Een veldtoertocht door het mooie Twentse landschap en een stukje Duitsland. Een goede gelegenheid om mijn conditie op peil te houden.

Sinds December vorig jaar ben ik van Drenthe naar Twente geëmigreerd en het bevalt mij eigenlijk wel heel erg goed. De Twentse mentaliteit ligt mij wel. De mensen zijn vriendelijk, open en over het algemeen relaxed. In de korte tijd dat ik er woon heb ik al veel nieuwe mensen leren kennen waar ik goed contact mee heb.

Ik ervaar dit ook als een soort van reis maar dan in miniformaat en lekker dichtbij. En ze spreken zelfs een eigen taal… het Twents. Een dialect van de Nedersaksische taal, welke een van de drie erkende streektalen van Nederland is naast het Fries en het Limburgs. En het eerste woord dat ik dus geleerd heb is ‘Köttelpeer’. Het blijkt de naam te zijn van een stoofpeertje in de vorm van een paardenvijg en de Denekampers hebben als bijnaam ‘Köttelpeer’n’. Op het Nicolaasplein in Denekamp staat zelfs een heus standbeeld genaamd het Köttepeer’n menneke.

Kijk, dat bedoel ik nu dat je altijd weer iets opsteekt als je een stukje gaat fietsen.

De veldtoertocht begint bij de IJskuip in Denekamp, het ouderlijk huis (Erve Kuiper) van voormalig wielrenner Hennie Kuiper. Dat is voor mij een extra stimulans om aan deze tocht mee te doen, want er is de mogelijkheid om ter plekke het Hennie Kuiper Native te bezoeken. Een expositie over zijn wielercarriere met veel bijzondere items zoals bijvoorbeeld een aantal van zijn fietsen waarop hij o.a. wereldkampioen is geworden en Parijs-Roubaix heeft gewonnen. Er is tevens een uitgebreide collectie boeken over wielrennen en het is zelfs mogelijk om aan activiteiten deel te nemen.

Maar eerst maar even presteren! De tocht voert langs Noord-Deurningen, het Springendal en vervolgens het Duitse Lansberg en ik kies voor de 45 kilometer variant. Onderweg is er een pauze plek waar citroenthee, krentenbollen en bananen uitgedeeld worden. Heel stiekem moet ik toegeven dat ik een dergelijke tocht ook altijd een beetje rijd om deze extraatjes die je onderweg krijgt…

Het is een werkelijk prachtige tocht door een zeer gevarieerd Twents en Duits landschap. Er zitten stukken in door weidelandschap, bossen, technische stukken en er zijn hoogteverschillen te overbruggen. Het mooie frisse weer draagt bij aan een prachtige zondagmorgen. Wat ook meespeelt in mijn goede gevoel hierover is het goede en plezierige gedrag van de deelnemers aan deze tocht. Ook Twents. Er wordt niet geschreeuwd dat je aan de kant moet, maar het wordt vriendelijk aangegeven dat ze je willen passeren en zo hoort het natuurlijk ook eigenlijk. Maar ja, ik heb het in andere delen van Nederland wel eens anders meegemaakt.

Na zo’n 2 uur en 45 minuten ben ik weer terug bij de IJskuip waar een heerlijk kop warme  erwtensoep gratis verstrekt wordt. Nou, wat wil je nog meer.

Uitgebreid bekijk ik de expositie over Hennie Kuiper. Echt een icoon uit mijn tijd waarin ik als tiener het wielrennen aandachtig volgde. Een van Hennie’s uitspraken is : “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”

Hij heeft heel wat bordjes van de tegenstanders leeg gegeten, getuige het grote aantal overwinningen dat op zijn naam staat.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *